Het belang van de technologie met betrekking tot het leren is bij mij heel duidelijk over gekomen, alleen mist ik soms ‘het’ argument waarom iets zo is. Zo kom ik in het hoofdstuk nog wel eens tegen dat ze een positief punt noemen ter bevordering van technologie als leermiddel maar dat ze er dan een praktijkvoorbeeld bij geven in plaats van een argument waarom het bijvoorbeeld de prestaties bevorderd. Als er bijvoorbeeld onderzoeksresultaten getoond worden komt het iets overtuigender over.
Aan de andere kant wordt er in dit hoofdstuk ook veel gerelativeerd. Er wordt niet gedaan alsof de docent niets meer hoeft te doen en dat de technologie alles is. Hierdoor is het hoofdstuk wel geloofwaardig. Zo wordt er bijvoorbeeld gezegt dat de technologie niet in staat is om leerlingen alles te leren. (zoals een docent dat wel kan) Hierdoor is het voor mij overtuigender dat technologie een zeer goed hulpmiddel is ter bevordering van de prestaties van de leerlingen.
Mijn eigen ervaring is dat leerlingen en docenten niet meer om computers en andere technologische hulpmiddelen om komen. De computer is bij ons zo geintegreerd dat een leven zonder computer bijna ondenkbaar is. Hierdoor doen de scholen er verstandig aan om technologische hulpmiddelen te gebruiken om de prestaties van de leerlingen te bevorderen.
In de tijd dat ik op de middelbare school zat werd er bij mij niet zo heel veel aan technologische dingen gedaan. Toen ik 2 jaar later op dezelfde school stage ging lopen was er een hoop veranderd. Elk lokaal heeft minimaal 1 computer, er hangen smartboards etc.. Ik leerde alles cia de docent uit een boek en maakte mijn toets. Ik merkte dat er toen ik stage liep veel sneller naar de computer en naar het smartboard werd gegrepen, hetgeen totaal terrecht is. Leerlingen kunnen tegenwoordig allemaal goed met een computer om gaan waardoor het als handig hulpmiddel gebruikt kan worden.
Ik vind het alleen wel belangrijk dat deze hulpmiddellen niet te belangrijk gemaakt moeten worden. Een docent kan inspelen op de problemen die een leerling heeft. Een computer bijvoorbeeld kan dit niet. Het kan de leerling vertellen of ze het goed doen of niet, en als ze het niet goed doen wat ze fout doen en hoe ze het de volgende keer beter moeten doen. Maar een computer mist net een beetje die persoonlijke begeleiding die sommige leerlingen nodig hebben.
Ik merkte vorig jaar op mijn stage dat ik steeds meer gebruik ging maken van het smartboard en dat ik af en toe lesjes gaf in het computerlokaal om dingen duidelijk te maken. Dit beviel mij goed en bevielen de leerlingen goed. Ik hoef niet alles 10 keer uit te leggen, leerlingen kunnen via hun eigen tempo de opdrachten volgen en maken en de leerlingen vinden het nog leuk ook om achter een computer te zitten.